1. De maaltijd: Douwe als buitenstaander
De scène — Douwe aan tafel, de wijn uit de karaf en vervolgens de schaal met snacks — is buitengewoon belangrijk omdat dit waarschijnlijk de eerste echte karakterisering van Douwe is.
Douwe bevindt zich in een wereld van:
hofetiquette;
overvloed;
prachtig servies;
veel personeel;
overvloedig eten en drinken.
Maar hij gedraagt zich alsof hij daar helemaal niet van onder de indruk is.
Dat is een sterk contrast met Pauline.
Pauline is gewend aan luxe en vindt die luxe normaal. Douwe is juist iemand die zich eenvoudig gedraagt midden in die luxe.
De grap met de karaf is daardoor niet alleen: "Kijk, Douwe drinkt grappig."
Het is eerder: "Deze man hoort niet bij het hof — en hij gaat zich ook niet gedragen alsof hij erbij hoort."
Dat is een karaktertrek die later heel belangrijk wordt.
2. De karaf is eigenlijk een eerste kleine provocatie
Als Douwe de wijn rechtstreeks uit de karaf drinkt, doorbreekt hij de regels van de tafel.
Dat is interessant omdat Pauline eveneens voortdurend regels doorbreekt.
Maar Thom Roep maakt hier een subtiel onderscheid:
Pauline breekt regels omdat ze verwend is.
Douwe breekt regels omdat hij zich niet druk maakt om regels die volgens hem onbelangrijk zijn.
Dat verschil vormt eigenlijk de basis van hun relatie.
Douwe moet Pauline uiteindelijk leren wat belangrijk is — maar hij is zelf ook geen keurige, stijve opvoeder.
Hij is juist een onorthodoxe opvoeder.
3. Dan komt de nog grotere grap: de snacks
Het moment waarop Douwe de verschillende toetjes van de schaal ineens in zijn mond stopt, maakt het nog sterker.
Hier doet Piet Wijn iets wat hij bijzonder goed kon: een karaktereigenschap wordt een visuele grap.
Je hoeft geen tekstballon te lezen om te begrijpen: "Deze man heeft een enorme eetlust en trekt zich nergens iets van aan."
Maar er zit nog een mooie ironie in. Douwe doet voor heel even iets wat op Pauline lijkt.
Pauline wil alles hebben. Douwe neemt ook alles.
Maar bij Pauline is het: "Ik wil alles omdat ik verwend ben."
Bij Douwe is het: "Waarom zou ik kiezen als alles lekker is?"
Dat is een heel belangrijk verschil.
4. Daardoor wordt Douwe niet als een wijze oude man geïntroduceerd
Dit vind ik misschien wel het interessantste aspect.
Als Thom Roep Douwe meteen had laten verschijnen als een soort perfecte wijze leermeester, zou het verhaal veel minder interessant zijn.
In plaats daarvan maakt hij hem:
gulzig;
eigenwijs;
onconventioneel;
praktisch;
soms ongemanierd;
maar tegelijkertijd sympathiek.
Dat sluit aan bij de manier waarop Douwe later in de reeks functioneert.
Hij predikt nauwelijks. Hij laat mensen meestal door gebeurtenissen zelf iets ontdekken.
Dat past uitstekend bij het oorspronkelijke concept: Douwe moet Pauline opvoeden, maar doet dat door haar mee te nemen op een avontuur en haar met de werkelijkheid te confronteren. De beschrijvingen van het verhaal benadrukken ook dat Douwe haar levenslessen leert tijdens hun reis.
5. De koning en het hof vormen eigenlijk een satire
De eerste pagina's moet je volgens mij ook bekijken als een soort sprookjesparodie.
Alles is overdreven: een enorme hofhouding → een enorme maaltijd → een enorme hoeveelheid luxe → een prinses die toch niet tevreden is.
Dat is de wereld waarin Pauline is opgegroeid.
En vervolgens komt daar die kleine dwerg tegenover te staan.
Dat contrast is visueel geweldig: een kleine, eenvoudige Douwe tegenover een groot, rijk en ingewikkeld hof.
Piet Wijn hoefde dat nauwelijks uit te leggen.
6. Pauline wordt niet alleen "verwend" genoemd — Piet Wijn laat het zien
Dat is een belangrijk verschil.
Thom Roep kan in het scenario schrijven dat Pauline verwend is.
Maar Piet Wijn moet ervoor zorgen dat de lezer dat ziet.
Daarom zijn juist die vroege scènes zo belangrijk.
Pauline's gedrag tegenover haar omgeving laat zien dat ze:
geen rekening houdt met anderen;
gewend is onmiddellijk haar zin te krijgen;
amusement nodig heeft;
niet tevreden is met wat ze al bezit.
De officiële samenvattingen van het verhaal beschrijven haar precies in die termen: haar streken en grappen blijven de hele dag doorgaan totdat de koning de situatie niet meer aankan en een leermeester zoekt.
7. Een heel slimme tegenstelling: Douwe geniet van wat Pauline niet meer kan waarderen
Hier zit volgens mij de diepere grap.
Douwe krijgt een tafel vol heerlijk eten. Hij geniet ervan.
Pauline heeft dezelfde overvloed voortdurend tot haar beschikking. Daardoor is voor haar niets meer bijzonder.
Dat is eigenlijk het centrale thema van het hele album al in miniatuurvorm:
Wie alles krijgt, kan uiteindelijk niets meer waarderen.
Douwe heeft weinig nodig en kan juist genieten van iets eenvoudigs.
Pauline heeft alles en is toch ongelukkig. Dat is precies de les die zij uiteindelijk moet leren.
8. Vooruitwijzing naar Douwe als leermeester
De eerste pagina's bevatten dus eigenlijk al een soort vooruitwijzing naar de manier waarop Douwe Pauline gaat opvoeden.
Hij gaat haar niet opvoeden door te zeggen: "Pauline, je moet dankbaar zijn."
Hij laat haar situaties meemaken waarin ze zelf ontdekt wat er gebeurt als je:
alles wilt hebben;
anderen slecht behandelt;
alleen aan jezelf denkt;
nooit tevreden bent.
Dat past bij de latere beschrijving van hun avontuur: Douwe gebruikt geen geweld, maar slimme trucs en magische situaties om Pauline iets te leren.
9. En dan is er nog een belangrijk historisch detail
De oorsprong van Douwe maakt deze scène nóg interessanter.
Thom Roep was in 1974 op zoek naar een nieuw vervolgverhaal voor Donald Duck. Hij kreeg de opdracht een sprookjesverhaal te schrijven dat Piet Wijn kon tekenen. Het oorspronkelijke idee ging over een verwende prinses die opgevoed moest worden. Pas tijdens de ontwikkeling werd de prinses gekoppeld aan een dwerg — en daaruit ontstond Douwe Dabbert.
Dat betekent, dat je de eerste pagina's eigenlijk kunt lezen als het moment waarop twee personages tegenover elkaar worden gezet die elkaar nodig hebben:
Pauline moet leren hoe ze moet leven.
Douwe moet laten zien hoe dat moet — maar hij is zelf ook geen conventionele figuur.
Dat is volgens mij de echte charme van die eerste pagina's.
Mijn conclusie over de karaf en de snacks
Ik denk daarom dat de oorspronkelijke vraag — "Waarom doet Douwe dit?" — eigenlijk een veel interessanter antwoord heeft dan alleen "voor de grap".
De twee grappen zijn een miniatuurversie van het hele album.
Douwe: neemt genoegen met wat hij krijgt, geniet ervan en trekt zich niets aan van uiterlijk vertoon.
Pauline: heeft alles wat ze maar kan wensen, maar waardeert niets meer.
En Piet Wijn maakt dat verschil zichtbaar zonder het uit te leggen.
Dat is waarschijnlijk ook waarom die ogenschijnlijk onbelangrijke scène met de karaf en de snacks men bijblijft: in een paar tekeningen wordt Douwe Dabbert als personage geboren.
0-0-0-0-0